3.5.2O&O-personeel volgens ondernemingsgrootte

Figuur 3a en Figuur 3b geven de verdeling weer van de cijfers voor O&O-personeel (in voltijdse equivalenten) voor respectievelijk 2018 en 2019 over verschillende ondernemingsgroottes. We zien dat een groot aandeel van het O&O-personeel tewerkgesteld is bij grote ondernemingen. Het relatieve aandeel van micro ondernemingen, met minder dan 10 werknemers, is enigszins groter in de cijfers voor 2019 dan voor 2018.  Hierbij dient opgemerkt te worden dat de bevraging van micro ondernemingen ook fijnmaziger was in de Vragenlijst Onderzoek & Ontwikkeling (die kalenderjaar 2019 bevroeg) dan in de Innovatievragenlijst (die de O&O-cijfers van kalenderjaar 2018 bevroeg). In de Vragenlijst Onderzoek & Ontwikkeling werd meer moeite gedaan om nieuwe O&O-actieve micro ondernemingen te detecteren.

We zien ook dat het relatieve aandeel van micro ondernemingen, met minder dan 10 werknemers, in het totaal licht is toegenomen in 2019, vergeleken met 2017 (in het vorige Vlaams Indicatorenboek): van afgerond 6% naar 8%. Twee derde van deze O&O-actieve micro ondernemingen behoren tot de sector Productiehuizen/Telecom/ICT/Ingenieurs/Technische testen/O&O (NACE 59-63, 71-72), en binnen deze groep komen voornamelijk softwareontwikkeling (NACE 71) en ingenieurs (NACE 71) vaak voor. Vooral het aantal O&O-actieve micro ondernemingen dat gedetecteerd is in de willekeurige steekproef van ondernemingen die genomen is buiten de set van gekende of vermoede O&O-spelers is toegenomen in de Vragenlijst Onderzoek & Ontwikkeling 2020, vergeleken met de resultaten bekomen met de Vragenlijst Onderzoek & Ontwikkeling 2018. Dat kleine software- en ingenieursondernemingen belangrijke spelers kunnen zijn op vlak van O&O, mag ook blijken uit het feit dat nogal wat ondernemingen die overheidssteun krijgen van VLAIO voor innovatieprojecten en O&O-projecten binnen deze groep vallen.

Wanneer we vergelijken met de verdeling van de uitgaven voor interne O&O bij de ondernemingen in Vlaanderen volgens ondernemingsgrootte, zien we dat O&O meer kapitaalintensief is bij de grotere ondernemingen. De gemiddelde uitgaven voor interne O&O per O&O-medewerker zijn bij de grootste ondernemingen (500 personeelsleden of meer) nagenoeg dubbel zo hoog vergeleken met die van micro-ondernemingen (met 0-9 personeelsleden) en kleine ondernemingen (met 10-49 personeelsleden).

Figuur 3a. O&O-personeel in 2018 volgens ondernemingsgrootte

1-9 personeelsleden10-49 personeelsleden50-249 personeelsleden250-499 personeelsleden500 of meer personeelsleden5%21,2%27,5%13,5%32,8% 1-9 personeelsleden10-49 personeelsleden50-249 personeelsleden250-499 personeelsleden500 of meer personeelsleden5%21,2%27,5%13,5%32,8% 1-9 personeelsleden10-49 personeelsleden50-249 personeelsleden250-499 personeelsleden500 of meer personeelsleden5%21,2%27,5%13,5%32,8%

Figuur 3b. O&O-personeel in 2019 volgens ondernemingsgrootte

1-9 personeelsleden10-49 personeelsleden50-249 personeelsleden250-499 personeelsleden500 of meer personeelsleden8,4%22%26,1%12,5%31% 1-9 personeelsleden10-49 personeelsleden50-249 personeelsleden250-499 personeelsleden500 of meer personeelsleden8,4%22%26,1%12,5%31% 1-9 personeelsleden10-49 personeelsleden50-249 personeelsleden250-499 personeelsleden500 of meer personeelsleden8,4%22%26,1%12,5%31%