5.1.1Algemene cijfers

Vlaanderen neemt voorlopig (1/1/2014 – 8/10/2020) met 669 deelnemers 3.614 keer deel aan 2.615 projecten binnen Horizon 2020. De Vlaamse deelnames totaliseren daarmee een deelnametoelage van ongeveer 1.649,5 miljoen euro. Deze Vlaamse deelnametoelage vertegenwoordigt 2,68% van de totale toelage die door de Europese Commissie voor participatie in H2020 voorlopig is toegekend. In tabel 1 wordt de evolutie van de Vlaamse deelname over de verschillende kaderprogramma’s heen weergegeven.

Tabel 1. Evolutie van de Vlaamse deelname over de kaderprogramma’s heen

6KP7KPH2020*
aantal deelnames1.3422.8843.614
aantal projecten1.0512.2322.615
aantal instellingen422490669
aantal deelnames als coordinator (in %)15,219,120,9
ontvangen budget in meuro352,31.125,01.649,5
totaal EU-KP budget besteed aan contracten (in miljard euro)16,644,961,5
financiële return** (in %)2,122,52,68
verwachte return (in %) 1,48-1,741,47-1,731,63-1,75
6KP7KPH2020*
aantal deelnames1.3422.8843.614
aantal projecten1.0512.2322.615
aantal instellingen422490669
aantal deelnames als coordinator (in %)15,219,120,9
ontvangen budget in meuro352,31.125,01.649,5
totaal EU-KP budget besteed aan contracten (in miljard euro)16,644,961,5
financiële return** (in %)2,122,52,68
verwachte return (in %) 1,48-1,741,47-1,731,63-1,75
6KP7KPH2020*
aantal deelnames1.3422.8843.614
aantal projecten1.0512.2322.615
aantal instellingen422490669
aantal deelnames als coordinator (in %)15,219,120,9
ontvangen budget in meuro352,31.125,01.649,5
totaal EU-KP budget besteed aan contracten (in miljard euro)16,644,961,5
financiële return** (in %)2,122,52,68
verwachte return (in %) 1,48-1,741,47-1,731,63-1,75

* status op 8 oktober 2020 waarbij 82% van het voorziene deelnamebudget is toegewezen.

** het procentuele financiële aandeel van Vlaanderen in de totale toegekende Europese middelen.

Bij vorige analyses werd steeds de ‘klassieke’ berekeningswijze gebruikt voor de berekening van de verwachte Vlaamse return. Dit wil zeggen: eerst werd per jaar de bijdrage van België aan de financiering van de EU-begroting opgezocht (enkel de totaal nationale bijdragen, zonder traditionele eigen middelen zoals douanerechten en bijdragen suikersector). Dan werd het Belgische gemiddelde berekend, op basis van het aantal betreffende jaartallen. Nadien werden hier twee vorken op toegepast: 
1)    enerzijds het aandeel van Vlaanderen in het Belgische OTO (=56%)
2)    anderzijds het aandeel van Vlaanderen in het BBP (=57,1%)

Aangezien het echter bij bovenstaande berekening niet enkel over O&I gaat en dit dus geen goede vergelijkingsbasis geeft, werd geopteerd voor een ‘nieuwe’ berekeningswijze van de verwachte Vlaamse return. Via deze nieuwe manier wordt gekeken naar welk percentage elk kaderprogramma vertegenwoordigt in het Meerjarig Financieel Kader (verder afgekort tot MFK). Dat percentage wordt dan toegepast op de Belgische absolute bijdrage aan het MFK (zodat we op het niveau van O&I komen en de Belgische bijdrage in Horizon 2020 kennen). Op dat bedrag wordt de 56% toegepast (d.i. het aandeel van Vlaanderen in het Belgische OTO). Zo komen we tot het bedrag dat Vlaanderen minstens zou willen “binnenhalen”, procentueel weergegeven. Deze nieuwe berekeningswijze werd retroactief toegepast op de vorige kaderprogramma’s, maar wegens te onzeker cijfermateriaal voor de jaren 1994-2000 gaan we slechts terug tot het Zesde Kaderprogramma.

Als we dus voor H2020 een verwachte Vlaamse return tussen 1,63% en 1,75% vooropstellen, dan kunnen we concluderen dat Vlaanderen met een return van 2,68% heel goed boven de verwachting scoort. In vergelijking met de voorgaande kaderprogramma’s zien we na een dalende trend tussen 4KP en 6KP nog steeds een uitgesproken stijging van de Vlaamse return van 6KP tot de huidige situatie in H2020.